dworp legt concurrentie over de knie
door eric, tom, geert
16 maart 2026
nationale interclubs ronde 9
wetteren 3 - dworp 1
leuven centraal 6 - dworp 2
waver 4 - dworp 3

De twee vorige rondes kreeg ons topteam een pak rammel. De tegenstand was duidelijk te sterk. In deze negende ronde gingen we op bezoek bij het nog in puntennood verkerende Wetteren. Om 200% zekerheid te hebben over het behoud hebben we nog een matchpuntje nodig. In principe mocht dat geen probleem zijn, Wetteren is een staartploeg. Maar…in tweede afdeling geeft Mons algemeen ploegforfait. Daardoor hoefde de tweede ploeg van Wetteren deze zondag niet te spelen. Voor zover reglementair toegelaten konden ze dus hun derde team versterken. Dat dit competitievervalsing is, hoeft geen betoog. Het gevolg was dat ploeg 1 met gemengde gevoelens naar Oost-Vlaanderen trok.
Dworp 2 kan ondanks de mooie overwinning in de vorige ronde de puntjes nog steeds goed gebruiken. Kwestie van het degradatiespook zover mogelijk af te houden. Tegen Leuven Centraal nummerke zes is het moeilijk om wat dan ook te voorspellen. Deze club stelt immers niet minder dan 17 (!) ploegen op in de nationale interclubs.
Ten slotte speelt team 3 zonder veel druk voor een mooie ereplaats. Kunnen onze youngsters (meestal toch) voor de derde opeenvolgende keer een overwinning binnenrijven? Met de allerbeste voornemens ging het richting Waver.
Glansprestatie tegen een versterkt Wetteren
Wat we voor deze ontmoeting vreesden, bleek bij het binnenkomen van het lokaal in Wetteren realiteit. Vijf van de zes tegenstanders speelden meer in de tweede dan in de derde ploeg. In de 48 partijen die Wetteren gedurende acht rondes afwerkte, speelde het maar elf partijen in de opstelling van vorige zondag. Als de interclubs de Nederlandse regels zouden volgen, mochten vijf van de zes Wetterse spelers niet meedoen…
Het eerste halfje viel op bord 3 bij Diederik met zwart. Beide spelers kenden de opening en het daaruit voortvloeiende spelverloop zeer goed. Dat resulteerde na een beperkt aantal zetten in een vlakke stelling. Verder doen, impliceerde nog enkele uren ‘knoeften’. Daar had geen van beiden zin in en dus vapeten ze de vredespijp.
Daarna was het de beurt aan Frank op bord 4 met wit. Helaas moest onze man zijn koning omleggen. Gewoontegetrouw kwam Frank goed uit de opening. Hij stond ietsje beter maar vergooide toen het volle punt door een blunder. Jammer maar we staan 0,5-1,5 achter.
De bordjes hingen snel terug in evenwicht na winst op bord 2. Daar zat ik (Geert) met wit en mijn tegenstander opende Hollands. Tegenwoordig nog zelden gezien. De Wetterenaar ging onnauwkeurig verder al was er toch ook weer niet al te veel aan de hand. Maar nadat ik een pion offerde/blunderde ontplofte de stelling en kreeg het witte loperpaar ruim baan. Compensatie à volonté en bovendien recupereerde ik de offerpion snel. In relatieve tijdnood verliep het spel steeds nerveuzer. De zwartspeler verloor als eerste zijn koelbloedigheid en ging in de finale fase zwaar onderuit. Oeftie! 1,5-1,5.
Daarna volgde remise op bord 5. Kjell met de zwarte stukken dacht een meesterzet te doen (zie diagram). Zwart offert met 1… Pxd4. Het plan is om na 2. Pxd4 te vervolgen met 2… Lxc5 3. Le3 (Pe2 is nog sterker) Lxd4 4. Lxd4 Le6 en ogenschijnlijk wint zwart het stuk terug met twee pionnen winst. “Ik dacht geniaal”, aldus Kjell. “Alleen het werkt niet wegens 5. Dg3! en wit dreigt mat.” Dat kan voorkomen worden maar dan is zwart wel een stuk kwijt. Gelukkig zag de witspeler het niet en verzandde de partij in een interessant eindspel waarin Kjell een kwaliteit minder had maar wel een actieve vrijpion en het loperpaar. Dat bleek voldoende compensatie. Remise en 2-2.
Wat meer geluk in een verloren stelling hadden we op bord 1 bij Tom met zwart. Tom aan het woord: “Het wordt eentonig. Gebrekkige openingskennis verplicht me om onredelijk lang na te denken -hoewel ik me daar goed bij voel. Duidelijk was nochtans dat wit de stelling tot zet 14 veel beter in de vingers had dan ik en zelfs ‘in hogere zin’ -zoals we dat vroeger al eens noemden- gewonnen stond. Tegenwoordig heet dat ‘+3.0’ evaluatie door de computer terwijl het materieel gelijk staat. Dus knokken maar. Ingewikkeld was het alleszins. De klok tikt en tijdnood is slecht voor de tikkers maar plezant en spannend. Op de 20ste zet offert wit pardoes een kwaliteit. Dat had ik niet zien aankomen. En de computer gaat akkoord dat hij iets veel griezeliger, sterker en nog complexer had kunnen spelen door met d5! het centrum op te blazen. Mijn koning staat immers nog half in ‘zijnen blote’ op e8. Ik had dat achter het bord gezien en had een antwoord klaar. Een fout antwoord zo blijkt, maar te ingewikkeld om achter het bord te vinden. Dat zal mijn tegenstander ook gedacht hebben. Zijn kwaliteitsoffer is wat minder goed hoewel hij nog beter staat. Even later mispakt hij zich waardoor ik op d5 een pion kan slaan. Het beeld trekt heel erg op wat Kjell even daarvoor op zijn dak kreeg. Wie zei daar dat ik altijd droge stellingen heb? In de stelling van diagram 2 speelt wit 25. Pb6. Ik vermoed dat hij de pion op d5 met opzet liet slaan om deze tegenzet te kunnen plaatsen. Maar het pakt niet! 25… Dd4+ 26. Le3 Te8! 27. Lxd4 Txe1 28. Txe1 cxd4 en om gelijk spel te houden moet wit nu 29. Ta1! spelen. Reken het maar uit achter het bord met nog luttele minuten op de klok, pfff. Wit speelt dit dus niet maar trekt zijn paard terug (29. Pc4) en daarna is het hard knokken om het met een pion achter op remise te houden. Dat lukte uiteindelijk niet, mijn extra pion was genoeg voor een vol punt.” We komen voor: 2-3.
De beslissing over matchwinst of gelijkspel valt dus aan bord 6 waar Yentl met zwart niet echt denderend uit de opening komt (lees: hij staat allicht verloren). Maar Yentl knokt als geen ander en weet de zaak recht te trekken. In het eindspel heeft hij zelfs een loper tegen twee pionnen. Jammer genoeg is één pion ver opgerukt en moet onze man een eeuwig schaak voor lief nemen. Een mooie partij en een billijke puntendeling waardoor we de ontmoeting tegen een sterk versterkt Wetteren 3 winnen! 2,5-3,5 einduitslag. Dat zal steken bij de thuisploeg haha.
Bezoekers nemen punten mee naar Essenbeek
Op papier is de ontmoeting tegen Leuven Centraal 6 tamelijk evenwichtig. Dworp is duidelijk sterker op bord 1 en Leuven op bord 3. De tegenstander van Serge met zwart op één, is 16, 1836 internationale Elo en dit jaar nog niet verloren. Wel vooral veel remises. Een hardnekkige tegenstander dus. En inderdaad, hij slaagt erin af te wikkelen naar een gelijk eindspel met elk nog enkele pionnen en ongelijke lopers. Een teleurstellende remise.
Bernard deed het beter. Zijn tegenstander van 1806 Elo beleeft een moeilijk jaar. Bernard slaagt erin een belangrijke pion te winnen en wanneer hij even later ook de kwaliteit verovert, beseft zwart dat hij in deze partij geen eer meer kan halen. Een goede overwinning en 0,5-1,5 voor ons.
En wat te zeggen van de tegenstander van Eric, bord 3 met zwart? 13 jaar en op een jaar tijd een Elo-terugval van 1916 internationaal naar 1788. Dat verwacht je niet van een jeugdspeler. Op de 10de zet speelt Eric Lb4 (pent het paard op c3), wit riposteert met Pg-e2. Ik rokeer kort maar tot mijn verbazing zegt de computer dat ik Pf6-d7 had moeten doen. De dame op a4 komt in de knoei na.. Pc5 en gaat eraf in ruil voor twee lichte stukken. Overzien. En opnieuw overzie ik winst op zet 18: wit slaat een pion op b7 en dan wint gewoon Ta7 gevolgd door Pf6-Pd7 en de witte dame op b6 moet zich opofferen tegen de toren op a7; ik overzag dat Dc5 onmogelijk was daar Pd7 dit veld controleert (!). In hoge tijdnood speel ik uiteindelijk op increment maar gelukkig kan ik het eindspel D+3 pionnen tegen D+2 pionnen remise houden. Mijn tegenstander biedt zelf remise aan. Over het laatste deel van de partij was ik wel tevreden. 1-2 voor Dworp.
Ondertussen speelden Eddy, wit op 4, en zijn opponent een gestroomlijnde partij met misschien enig voordeel voor wit. Het witte paard is iets sterker dan de loper op b7 die naar zijn eigen pion op e4 staart. Ook de dames staan nog op het bord. Wit wint een pion en volgens Serge had Eddy toen behoorlijke winstkansen. Toch eindigde de partij in remise: zwart verdedigde zich goed. Zo halen we ook de winst binnen: 1,5-2,5.
Ruime overwinning na rondje nagelbijten
Wavre speelde met een heel jonge en onervaren ploeg. Op bord 1 zat er een kind van negen (geboren in 2017). Gek genoeg was hij met 63 partijen de meest ervaren speler van de ploeg.
Jules met wit op 4 schotelde zijn tegenstander een valletje voor in een opening die hij goed kent. De partij was afgelopen in minder dan 20 minuten! 0-1 voor Dworp.
Johan met wit op 2 probeert lange tijd een aanval op de damevleugel te ontwikkelen maar raakte er uiteindelijk niet door. Een correcte remise en 0,5-1,5 voor Dworp.
Peter met zwart op bord 1 werd door zijn jeugdige tegenstander helemaal weggespeeld. Hij kon werkelijk op alle mogelijke manieren de buit binnenhalen maar begon ineens zetten te herhalen. Hoewel het geen drievoudige herhaling was, probeerde Peter dan maar een remiseaanbod. De evaluatie bedroeg op dat moment +3,4 voor wit. De Wavrenaar herhaalde de zet nog gauw opnieuw en ging vervolgens onmiddellijk akkoord met remise. Wellicht kende hij de regels niet goed. Een benauwende ontsnapping voor Peter tegen een jongetje met reeds meer dan 1600 Elo. 1-2 voor ons.
Tot slot maakte ook Jannes het bont met zwart op 3. Hij won al snel een stuk maar in plaats van twee vrijpionnen op de h-lijn onmiddellijk onschadelijk te maken, liet hij zich in op onnodige verwikkelingen. Een partij die eigenlijk veel te lang duurde en aanvoerder Peter nog behoorlijk zenuwachtig maakte. Maar uiteindelijk dus toch een happy-end en een logische 1-3 overwinning. (aantekeningen van Eric op basis van een gesprek met Peter, waarvoor dank)
Naspel
Het goede nieuws is dat Dworp 1 nu helemaal zeker is van het behoud in derde. Voor wie er nog mocht aan twijfelen. Theoretisch kunnen we nog derde worden, maar het kan ook plaats 4,5, 6,7 of 8 worden. Na 9 ronden staan we nu vijfde met slechts 48% van de bordpunten, dat wil zeggen een bordpuntje onder de helft. Waar hebben we dat laten liggen? Kunnen we nog wel goedmaken.
Wat verder opvalt, is dat het klassement bijna volledig de eigen gemiddelde Elo-ranking van de ploegen volgt. Alleen Dworp staat een trapje hoger, vijfde in plaats van zesde volgens Elo. Ook leider Brussels is volgens Elo maar de tweede sterkste ploeg. Waver -dat we een matchpunt afsnoepten- heeft de hoogste gemiddelde Elo van de reeks en staat ‘maar’ tweede. De plaats in de rangschikking van alle andere teams is volgens de sterktelijst. Waver heeft wel meer bordpunten dan Brussels. Verder blijft Europchess met 25 verschillende spelers in the running om het record van Brasschaat (28 opgestelde spelers) te verbeteren. En EDC lijkt met nul matchpunten veroordeeld tot degradatie. Al kan het mathematisch nog wel. Europchess en Wetteren hebben immers nog maar drie matchpunten terwijl er nog vier te verdienen zijn. Ontloopt Wetteren de degradatie ten koste van Europchess dan is dat meer dan verdiend. Qua Elo hadden ze de tweede hoogste tegenstand van de reeks terwijl Europchess amper de tiende sterkste tegenstand voorgeschoteld kreeg.
Dworp 2 staat dankzij zijn tweede overwinning op rij nu gedeeld vierde tot zesde met tien matchpunten uit 9 wedstrijden. Op bordpunten staan we wel zesde. Dat moet voldoende zijn om ook volgend jaar een team in vierde afdeling te kunnen opstellen.
Dworp 3 ten slotte heeft na een derde opeenvolgende overwinning tien matchpunten uit 8 ontmoetingen (en één bye). Daarmee staat de ploeg gedeeld derde/vierde. Leider is Namur 4 met 12 matchpunten maar wel vijf bordpunten meer dan Dworp 3. Over twee weken zakken ploegen twee en drie af naar 2 Fous du Diogène. Dworp 1 trekt naar ‘Aantwaarpe’ om Borgerhout partij te geven.
Individueel behoudt Eddy zijn toppositie met 7/9 en een tpr van 1989 maar Serge op bord 1 van team 2 zit hem met 6/9 (tpr 2062) min of meer op de hielen. Ook mooi zijn de scores van Tom en Kjell met 5,5/9 en een tpr van respectievelijk 2062 en 1967.